Begrippen
Woordenlijst
Moeilijke woorden uit de game en van deze website, in gewone taal uitgelegd.
- accijns
- Belasting op bepaalde producten. Vroeger op bier en turf, nu bijvoorbeeld op benzine.
- ambacht
- Een beroep waarbij je met je handen iets maakt, zoals brouwer, smid of timmerman.
- amsterdamse school
- Bouwstijl van ongeveer 1910 tot 1930, met veel baksteen, ronde vormen en sierlijke details.
- arbeiderswoning
- Een eenvoudig huis voor mensen die in fabrieken of werkplaatsen werkten.
- barok
- Kunststijl uit de 17e en 18e eeuw, met veel versiering en beweging.
- beleg
- Een leger omsingelt een stad en probeert die in te nemen, bijvoorbeeld door de stad uit te hongeren.
- berrie
- Een draagbaar zonder wielen waarop kaasdragers de kazen dragen.
- bolwerk
- Een uitstekend deel van een verdedigingswal. Ook de naam van het park met de Molen van Piet.
- bron
- Iets waaruit je informatie over het verleden haalt, zoals een foto, brief, voorwerp of herinnering.
- gasthuis
- Een huis waar vroeger zieken, armen en reizigers werden opgevangen.
- geuzen
- Opstandelingen die in de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spaanse koning vochten.
- gevelsteen
- Een stenen plaat in een gevel met een afbeelding of tekst. Vroeger hadden huizen geen huisnummers.
- gilde
- Een vereniging van mensen met hetzelfde beroep, zoals het Kaasdragersgilde.
- gotiek
- Bouwstijl uit de late middeleeuwen, met spitse bogen, hoge ramen en torens.
- historische roman
- Een verhaal dat zich afspeelt in het verleden.
- hofje
- Een groepje huisjes rond een binnentuin, vroeger vaak voor mensen met weinig geld.
- kade
- Een verharde rand langs het water waar schepen kunnen aanleggen.
- kanaal
- Een gegraven waterweg.
- klooster
- Een gebouw waar monniken of nonnen samen leven en bidden.
- restauratie
- Het herstellen van iets ouds, zodat het weer lang meegaat.
- singel
- Een gracht die om een (oude) stad heen loopt.
- spoorbuurt
- De wijk die rond 1900 tussen het station en de singel is gebouwd.
- stellingmolen
- Een hoge molen met een rondgang (stelling) halverwege, zodat de molenaar bij de wieken kan.
- veem
- Een groep kaasdragers. Er zijn vier veemen, elk met een eigen kleur hoed.
- verkeersregelaar
- Iemand die het verkeer regelt. Zijn aanwijzingen gaan vóór verkeerslichten en borden.
- vesting
- Een stad met wallen en grachten om aanvallers buiten te houden.
- victorie
- Overwinning.
- waag
- Een gebouw waar goederen officieel werden gewogen.
- winkelpui
- De voorkant van een winkel op de begane grond, met etalage en ingang.
- woningbouwvereniging
- Een organisatie die betaalbare huizen bouwt en verhuurt.
